Ik heb een gedicht geschreven over verliefde vlinders en ditmaal eens over de Oranjetipjes-Anthocharis cardamines, maar eerst geef ik je wat informatie en mooie natuur weetjes over deze mooie vlinder wat best wel leuk is om te weten. Want wellicht wist je dit niet en zo leer je ook wat meer over deze prachtige insecten.
Het Oranjetipje (Anthocharis cardamines) is een echte lentebode en ontpopt in het voorjaar als een van de eerste vlinders. De vlinder is familie van de witjes en het zijn vooral de wijfjes die tijdens de vlucht niet makkelijk te onderscheiden zijn van het klein koolwitje of klein geaderd witje. Het Oranjetipje is één van de eerste vlinders in het voorjaar. Het is een vrolijk rondvliegend witje dat zijn naam dankt aan zijn fel oranje vleugeltoppen.
Indien het niet echt zonnig is, zit de vlinder met gesloten vleugels op een bloem of een blad en door dit camouflage patroon is de vlinder bijna niet waar te nemen. Het Oranjetipje (Linnaeus 1758 )behoort tot de dagvlinders en de vliegtijd van deze soort duurt tot in juni.
Deze vlinder geeft de voorkeur aan matig vochtige graslanden bij bossen als leefgebied. De vliegtijd is ongeveer van eind maart tot en met juni en dat is ook de tijd dat de Pinksterbloemen komen en de andere waardplanten waar zij gek op zijn. De vlinder besteedt per dag zo’n 45% van de actieve periode aan het zoeken van voedsel.
Deze vlinder geeft de voorkeur aan matig vochtige graslanden bij bossen als leefgebied. De vliegtijd is ongeveer van eind maart tot en met juni en dat is ook de tijd dat de Pinksterbloemen komen en de andere waardplanten waar zij gek op zijn. De vlinder besteedt per dag zo’n 45% van de actieve periode aan het zoeken van voedsel.
Wat ook zeker leuk is om te weten is dat als een vrouwtje al heeft gepaard en er zal een nieuw mannetje zich aan melden bij haar? Dat ze dan deze zal afwijzen door met haar achterlijf in de lucht te steken en druk met haar vleugels te klapperen. Het mannetje begrijpt dan deze gebarentaal en zal al snel weer op zoek gaan naar een ander vrouwtje.
Aan het begin van de vliegtijd worden vooral eitjes afgezet op de al bloeiende pinksterbloemen en pas later worden ook de look-zonder-look belegd. Daarom is het altijd zo jammer dat men dit al zo vroeg weg maait in de bermen. En dan maar klagen dat er zo weinig vlinders zijn terwijl de mens er zelf ook schuld aan heeft en dat is met de brandnetel hetzelfde want daar krijgen de dagpauwoogvlinders ook geen kans om zich voort te planten. Maar later lees je hier meer erover in mijn schrijven.
Aan het begin van de vliegtijd worden vooral eitjes afgezet op de al bloeiende pinksterbloemen en pas later worden ook de look-zonder-look belegd. Daarom is het altijd zo jammer dat men dit al zo vroeg weg maait in de bermen. En dan maar klagen dat er zo weinig vlinders zijn terwijl de mens er zelf ook schuld aan heeft en dat is met de brandnetel hetzelfde want daar krijgen de dagpauwoogvlinders ook geen kans om zich voort te planten. Maar later lees je hier meer erover in mijn schrijven.
De nectarbron is voor hen wel de Oranjetipjes : De Pinksterbloem (Cardamine pratensis)en de Look-zonder-look (Alliaria petiolata) Ze gaan vooral op zoek naar grote planten met veel bloemhoofdjes die nog niet in bloei staan. Als je een tuin bezit kan je hen als je deze plant heeft ook blij maken met de judaspenning (Lunaria annua). Kijk jij maar of je eens een eitje kunt vinden, deze zitten vaak op de steeltjes van een bloem geplakt. Een eitje dat pas gelegd is, is wit maar verkleurt in een paar uur naar oranje. Helaas zelf ook nog nooit ontmoet.
De wijfjes laten bij het afzetten van de eitjes ook een feromoon achter op de waardplant waardoor andere wijfjes niet meer geneigd zijn om een bijkomend eitje op dezelfde plant af te zetten. Een feromoon is een signaalmolecuul dat boodschappen overbrengt tussen individuen van eenzelfde soort. Het vrouwtje laat overal waar ze dan een ei heeft gelegd een geur achter om andere vrouwtjes te waarschuwen om dan geen ei op dezelfde plaats te leggen. Als twee eieren op dezelfde plaats worden uitgebroed, zal alleen de sterkste larve overleven.
De rupsen voeden zich aanvankelijk met de verse zaadjes in de bloemhoofdjes, maar later ook met de steeltjes en de bloemhoofdjes zelf. Aangezien de rupsen kannibalistisch zijn, kan er op Pinksterbloemen meestal maar één enkele rups per plant overleven, maar op de grotere Look zonder- look kunnen er dat meerdere per plant zijn. Ik heb de rups helaas nog zelf nooit ontmoet, maar jij vast wellicht wel eens.
De wijfjes laten bij het afzetten van de eitjes ook een feromoon achter op de waardplant waardoor andere wijfjes niet meer geneigd zijn om een bijkomend eitje op dezelfde plant af te zetten. Een feromoon is een signaalmolecuul dat boodschappen overbrengt tussen individuen van eenzelfde soort. Het vrouwtje laat overal waar ze dan een ei heeft gelegd een geur achter om andere vrouwtjes te waarschuwen om dan geen ei op dezelfde plaats te leggen. Als twee eieren op dezelfde plaats worden uitgebroed, zal alleen de sterkste larve overleven.
De rupsen voeden zich aanvankelijk met de verse zaadjes in de bloemhoofdjes, maar later ook met de steeltjes en de bloemhoofdjes zelf. Aangezien de rupsen kannibalistisch zijn, kan er op Pinksterbloemen meestal maar één enkele rups per plant overleven, maar op de grotere Look zonder- look kunnen er dat meerdere per plant zijn. Ik heb de rups helaas nog zelf nooit ontmoet, maar jij vast wellicht wel eens.
Hoe zien de rupsen eruit? (helaas geen foto want die was weer eens mislukt, maar als je zoekt zie je die vast op het internet.)
Het is een groene rups met kleine zwarte stippen. De rups is goed gecamoufleerd omdat hij zich op de stengel van zijn waardplanten schuilhoud. Maar de benen van mij zijn helaas niet meer zo goed dat ik door de knieën kan om ze hen ook eens te waarnemen. De rupsen hebben een typische blauwgroene kleur en dragen allerlei gevorkte haren. Op hun flanken hebben ze een opvallende witte streep die bijdraagt aan de camouflage.
De rupsen blijven eten en vervellen regelmatig. Ze bereiken een maximale lengte van 3 centimeter. Na een maand eten is de rups volwassen en zoekt een plaatsje om te verpoppen. Omdat de meeste waardplanten kort na de bloei afsterven en de gebieden waar de dieren vliegen meestal vrij vochtig zijn en dus ’s winters onderlopen, kruipen de rupsen naar een plekje op circa 30 centimeter hoog is en spinnen daar hun pop. Dat is dan meestal een houtachtig gewas zoals een boom of struik.
De rupsen kunnen natuurlijk geen enorme afstanden afleggen en verwijderen zich hoogstens 25 meter van de dichtstbijzijnde waardplanten. Nadat de rupsen in juli verpopt zijn blijven ze hangen tot de maand april van het jaar daarop om dan weer als vlinder op te duiken. De poppen zijn eerst nog groen, maar na enkele dagen worden ze beige-bruin en vallen zo nauwelijks op.
Per plant legt het wijfje meestal maar één eitje en ze besteedt dan ook veel tijd aan het uitzoeken van geschikte planten. Het flesvormige eitje is eerst licht van kleur, later oranje. Terwijl het wijfje behoorlijk ‘honkvast’ is, en alleen het leefgebied verlaat als alle geschikte bloemhoofdjes belegd zijn, besteedt het mannetje veel tijd aan het rondvliegen op zoek naar wijfjes en het inspecteren van alle witte objecten die hij tijdens zijn vlucht tegenkomt. Deze zie je ook meestal veel rondfladderen en zijn soms best moeilijk te fotograferen. Voor mij dan althans want ze zijn mij altijd te slim af.
Aangezien er tot laat in het voorjaar eitjes op de waardplanten liggen, is het uitstellen van een eerste maai beurt tot na midden juni wel een gunstige maatregel. Al storen helaas landbouwers zich hier helaas niet aan. Vele insecten komen hierdoor geeneens tot leven en de populatie vlinders is hierdoor ook erg gedaald de afgelopen jaren. Een gefaseerd mantel- en zoombeheer aan de randen van vochtige graslanden komt de overleving van de poppen, die graag in (bramen)struwelen overwinteren zeker ten goede. Als soort van vrij vochtige graslanden is het behoud van een voldoende hoog waterpeil eveneens belangrijk voor het Oranjetipje.
Ook wel iets wat je vast niet wist en leuk is om te weten is dat een pop van een Oranjetipje precies lijkt op een stekel of doorn van een plant en valt hierdoor dan niet op voor roofdieren.
De mannetjes komen na de overwintering als eerste uit de pop en zijn met hun oranje vleugeltippen een opvallende verschijning. De vleugeltippen van de wijfjes zijn zwart. De onderkant van de vleugels met een spanwijdte van 35-45 mm. toont een groen-gevlekte, als het ware gemarmerde tekening die een goede camouflage vormt. De voorvleugel punten van de mannetjes zijn fel oranje gekleurd. Bij de vrouwtjes is dat wit. Allebei hebben ze geelgroen gemarmerde achter-vleugels. Dat zie je als zij bij onraad de vleugels wat dichtklappen.
Per plant legt het wijfje meestal maar één eitje en ze besteedt dan ook veel tijd aan het uitzoeken van geschikte planten. Het flesvormige eitje is eerst licht van kleur, later oranje. Terwijl het wijfje behoorlijk ‘honkvast’ is, en alleen het leefgebied verlaat als alle geschikte bloemhoofdjes belegd zijn, besteedt het mannetje veel tijd aan het rondvliegen op zoek naar wijfjes en het inspecteren van alle witte objecten die hij tijdens zijn vlucht tegenkomt. Deze zie je ook meestal veel rondfladderen en zijn soms best moeilijk te fotograferen. Voor mij dan althans want ze zijn mij altijd te slim af.
Aangezien er tot laat in het voorjaar eitjes op de waardplanten liggen, is het uitstellen van een eerste maai beurt tot na midden juni wel een gunstige maatregel. Al storen helaas landbouwers zich hier helaas niet aan. Vele insecten komen hierdoor geeneens tot leven en de populatie vlinders is hierdoor ook erg gedaald de afgelopen jaren. Een gefaseerd mantel- en zoombeheer aan de randen van vochtige graslanden komt de overleving van de poppen, die graag in (bramen)struwelen overwinteren zeker ten goede. Als soort van vrij vochtige graslanden is het behoud van een voldoende hoog waterpeil eveneens belangrijk voor het Oranjetipje.
Ook wel iets wat je vast niet wist en leuk is om te weten is dat een pop van een Oranjetipje precies lijkt op een stekel of doorn van een plant en valt hierdoor dan niet op voor roofdieren.
De mannetjes komen na de overwintering als eerste uit de pop en zijn met hun oranje vleugeltippen een opvallende verschijning. De vleugeltippen van de wijfjes zijn zwart. De onderkant van de vleugels met een spanwijdte van 35-45 mm. toont een groen-gevlekte, als het ware gemarmerde tekening die een goede camouflage vormt. De voorvleugel punten van de mannetjes zijn fel oranje gekleurd. Bij de vrouwtjes is dat wit. Allebei hebben ze geelgroen gemarmerde achter-vleugels. Dat zie je als zij bij onraad de vleugels wat dichtklappen.
Ze houden dus het meest van de Pinksterbloem (Cardamine pratensis), maar zijn ook op andere planten waargenomen zoals de ook vele andere kruisbloemigen waaronder Het gewone barbarakruid (Barbarea vulgaris), Raapzaad (Brassica rapa)
Het Oranjetipje komt vaak in dezelfde gebieden voor als het Bonte zandoogje, Boomblauwtje, Citroenvlinder, Gehakkelde aurelia, Icarus-blauwtje, Koninginnenpage en Landkaartje. Maar dat is voor een ander blog waar ik later hier ook eens gaat delen.
Dus kom maar eens vaker op mijn site kijken want mijn schrijfsels zijn heel gevarieerd hier. Ik deel hier ook mooie natuur verhalen en meer. En alle gedichten die je hier ook zal aantreffen zijn ook allen van mijzelf. Voor jou nog even mijn gedicht hierbij:
Verliefde Vlinders
Oranjetipje fladdert heerlijk in liefdesland
en dan zich gaat ontpoppen in vuur en vlam en
zich dan vestigt in tuin of bosrand waar deze
zoete honing met heerlijke geuren tot zich nam.
Waar vlinder dan ander lief Oranjetipje ontmoet
en andere kleuren plotseling gingen openbaren en
Waar schoonheid zich ging openen in heldere gloed
fragiliteit der vleugels die beiden gingen ervaren.
Liefde ontstond tussen hen geheel onverwacht
en zij vonden samen vrede in tumult bestaan
Zij dansten en liefkoosden elkaar dan zacht om
dan eindelijk heerlijk samen door het leven te gaan.
Fotografie en © 2019 Tine de Jong (uit mijn gedichtenschrift archief 2016)
Foto 1 is het mannetje Oranjetipje (Anthocaris cardamines)
Foto 2 is Een koolwitje waarmee het mannetje zit op een blad.
Beiden foto's zijn door mijzelf genomen.
Informatie bronnen uit mijn vele natuurboeken en sommige teksten van vlindernet.nl zet ook even mijn gedicht hierbij die ik ook eens had gedeeld bij een vlinder video en dat is dus het gedicht hierboven van verliefde vlinders.
Bedankt voor je bezoek en ik waardeer het altijd als je een leuke reactie achter zal laten over mijn woorden. Want dat stimuleert mij ook om meer te schrijven op de websites.(ook al is het maar een hobby maar wel mijn passie buiten het wandelen en fotograferen in onze mooie natuur. Die net als mijn woorden ook steeds veranderd maar wel mooie gezichten blijft geven.
Paring oranjetipje mooie video voor jou erbij:
Oranjetipje fladdert heerlijk in liefdesland
en dan zich gaat ontpoppen in vuur en vlam en
zich dan vestigt in tuin of bosrand waar deze
zoete honing met heerlijke geuren tot zich nam.
Waar vlinder dan ander lief Oranjetipje ontmoet
en andere kleuren plotseling gingen openbaren en
Waar schoonheid zich ging openen in heldere gloed
fragiliteit der vleugels die beiden gingen ervaren.
Liefde ontstond tussen hen geheel onverwacht
en zij vonden samen vrede in tumult bestaan
Zij dansten en liefkoosden elkaar dan zacht om
dan eindelijk heerlijk samen door het leven te gaan.
Fotografie en © 2019 Tine de Jong
Foto 1 is het mannetje Oranjetipje (Anthocaris cardamines)
Beiden foto's zijn door mijzelf genomen.
Ook bedankt voor alle reacties op mijn andere woorden die ik al in ontvangst mocht nemen. En fijn dat je ook de oudere gedichten of verhalen leest. Natuurgroetjes, Tine
Het is een heel gefladder bij de paring hoor, kijk maar naar onderstaande video.
Zal het hun gelukken om te paren??
Paring oranjetipje mooie video voor jou erbij:


